Het Brabantse Wal verhaal van... Ro Koster & Ad Kil

dinsdag 12 februari 2019

Ro&Ad: het eigenzinnige architectenduo van de Brabantse Wal

Compagnons op het eerste gezicht, dat waren ze zeker niet. Maar inmiddels kunnen Ro Koster en Ad Kil, twee eigenzinnige architecten, niet meer zonder elkaar. En gelukkig maar, want de Brabantse Wal kan ook niet meer zonder hen! Het duo ontwierp al talloze bijzondere bouwwerken in de omgeving van Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht, waar zelfs mensen van over de hele wereld op af komen…



Om maar gelijk even zo’n bouwwerk te benoemen: de Mozesbrug in Halsteren!
Ad: “Ja, veel grootser dan dat gaat het niet worden. Als in: dat bouwwerk gaat de hele wereld over op het internet en trekt toeristen van over de hele wereld naar de Brabantse Wal. Hele bussen Chinezen komen soms naar Fort de Roovere, het natuurgebied waarin de brug gebouwd is. Bijzonder wel, hoor!”

Ro, lachend: “Ik vergelijk onszelf daarom altijd maar met Rietveld. Beginnen met je grootste werk, kan alles daarna alleen maar minder worden. We hebben ons hoogtepunt al bereikt met de brug.”

Ad: “Gekkigheid natuurlijk. Het gaat ons niet zozeer om de toeristen of de hoeveelheid mensen die onze werken bezoeken, meer om de boodschap die we met de werken vertellen. Alles wat wij ontwerpen moet één zijn met de natuur eromheen. Daar is de Mozesbrug wel meteen een mooi voorbeeld van. Onze opdracht was een oeververbinding te creëren, maar een brug op poten vonden we niet passen in het landschap. Nu de brug in het water ligt, is hij minder zichtbaar en past het perfect in het landschap. En mensen vinden het natuurlijk te gek om door het water te kunnen lopen.”

En zo hebben jullie meer bijzondere ontwerpen op de Brabantse Wal…
Ro: “Ja, inmiddels staan er heel wat opmerkelijke bouwwerken op onze naam. Zo zijn er de brug en uitkijktoren bij Fort Henricus, die onderdeel zijn van de West-Brabantse Waterlinie. En ook de Bunkertreppe bij Benedensas in De Heen is een bijzonder uitzichtpunt geworden. Dat onze ontwerpen vaak zo opmerkelijk zijn, resulteert er overigens wel in dat ze niet altijd door iedereen worden gewaardeerd…”

Ad: “Inmiddels zijn we wel gewend veel commentaar te krijgen op wat we maken. We begrijpen het ook helemaal: je houdt ervan of je houdt er niet van. Onze ontwerpen zijn heel smaakgevoelig. Maar mensen hoeven het van ons niet mooi te vinden. Wij vinden het juist te gek als onze bouwwerken iets losmaken bij mensen. Positief of negatief, dat maakt niet uit.”

Hoe hebben jullie elkaar en elkaars liefde voor architectuur eigenlijk gevonden?
Ro: “Dat is een bijzonder verhaal. We ontmoetten elkaar jaren geleden in de trein, waar we elke dag samen in zaten. Urenlang konden we met elkaar praten over architectuur. We besloten onze handen ineen te slaan. Toch ging dat samenwerken niet meteen goed. Onze ego’s zaten ons in de weg. We wilden beiden een andere kant op. Dachten we…”

Ad: “Toen we toen we weer los van elkaar aan het werk gingen, merkten dat we elkaar toch wel misten. Vanaf dat moment besloten we definitief samen verder gegaan. Ro zat op dat moment in België, ik in Bergen op Zoom, dus dat begon met veel MSN’en. Later werd dat Skypen, hele dagen door.”

Ro: “Dat Skypen doen we nog steeds. Ik woon inmiddels in Middelburg en werk het liefst vanuit huis. Maar Ad is er vanuit Bergen op Zoom altijd bij, via het beeldscherm. Mensen vinden dat nog wel eens bijzonder, dat wij via een scherm samenwerken, maar zelf weten we na al die jaren niet beter. Onze grappen komen gelukkig ook door een beeldscherm prima bij elkaar over.”

Ad: “Eerlijk gezegd moet ik er nu niet meer aan denken dit werk alleen te doen.”

Ro: “Voor mij geldt hetzelfde. Gisteren liep ik even dood, dat mijn creativiteit op lijkt. Dan baal ik, ben ik chagrijnig, bel ik Ad en vervolgens ontpoppen er weer vijf ideeën in me. Wij hebben elkaar daarvoor nodig.”

Wat voor opmerkelijks kunnen mensen de komende jaren nog verwachten van jullie?
Ad: “Op dit moment zijn we met verschillende projecten bezig, waarvan er eentje wel heel tof wordt: een ondergronds bezoekerscentrum op de Canadese en Britse begraafplaatsen in Bergen op Zoom. Op de plek waar ruim 2.500 soldaten begraven liggen - het grootste gedeelte kwam om tijdens de Slag om de Schelde - wordt een ondergronds bezoekerscentrum gerealiseerd om zo nog meer stil te staan bij de historie van dit gebied. Zo het er naar uitziet, zal dit bezoekerscentrum in 2020 af zijn.”

Ro: “Door ondergronds te gaan, voel je nog meer verbinding met de slachtoffers. Dat was ons idee erachter. Beleving staat bij ons altijd voorop.”