Het Brabantse Wal verhaal van... Kees Palinckx

vrijdag 26 oktober 2018

Kees Palinckx: ‘Non Plus Ultra is niet mijn werk, maar mijn leven’

Hartje Brabantse Wal, te midden van de glooiende heuvels en talloze fietsroutes, ligt daar Non Plus Ultra. Een café, zaal en restaurant. Én het thuisfront van eigenaar Kees Palinckx, die opgroeide in de zaak van zijn ouders. Inmiddels staat hij zelf alweer enkele jaren aan het roer van Non Plus Ultra. Wij gingen langs om met deze energieke ondernemer te praten over zijn succesformule.


Foto: Bart Gunterman

Kees, vertel, hoe komt het dat het terras van Non Plus Ultra op een doodgewone donderdagmiddag zo vol zit?
Kees, lachend: “Tja… Ik weet inmiddels niet beter dan dat onze terrassen goed gevuld zijn zodra de zon schijnt. Maar als ik moet zeggen waar dat aan ligt… Dan zeg ik: ik ben er altijd. Ik ben altijd aanwezig op de zaak, maak met elke gast een kletspraatje. En dat weten de mensen inmiddels. Dat is de kracht van Non Plus Ultra. Ik heb er zelfs een uitdaging van gemaakt. Als we hier een bruiloft hebben en het echtpaar komt om 14.30 hiernaartoe, zorg ik dat ik om 14.00 uur al buiten sta om ze op te wachten. Als de bruiloftsgasten vervolgens om 19.00 uur komen, sta ik om 18.30 uur buiten om alle gasten warm te onthalen. Gemiddeld één keer per jaar lukt het me niet om een gast te zien voordat hij binnen is. Dan baal ik als een stekker.”

Dus de mensen komen ook een beetje voor jou naar de zaak?
Kees: “Dat is ook wat om over jezelf te zeggen, he? Maar ja, deels wel denk ik. Laatst had ik een sollicitante die hier een paar keer per jaar met haar oma een hapje komt eten. Ze had zich al heel lang voorgenomen: als er bij Kees een vacature vrijkomt, ga ik solliciteren. Dat is toch fantastisch om te horen? Daar haal ik mijn energie uit. Ik ben 24/7 bezig met de zaak. Dat lijkt pittig, maar ik krijg juist veel energie van mijn gasten. Door mijn persoonlijke aanpak krijg ik ook vaak mooie woorden terug. Ik hoef echt geen hele betogen over hoe fijn mensen het hier hebben gehad, maar een klein woordje, een bedankje, dat is al zo veelzeggend tegenwoordig. En ik krijg ze gelukkig vaak.”

Wist je als klein ventje al meteen dat je de zaak wilde overnemen van je ouders?
Kees: “Ja, eigenlijk wel. Toen ik 7 jaar was, wist ik: ik word kok. Dat leek me fantastisch. Al heel jong zette ik vervolgens mijn eerste stappen in de zaak van mijn ouders. Daardoor heb ik een enorme bagage aan praktijkervaring. Ik heb dan misschien geen hoge opleidingen gevolgd, ik ben wel altijd twee stappen sneller ergens dan hoogopgeleide koks, die eerst gaan nadenken over dingen voordat ze iets doen. Dat is best grappig om te zien. Twaalf jaar geleden droegen mijn ouders de zaak over aan mijn vrouw en mij. Toen nog met enkel twee oproepkrachten. Inmiddels zitten we op een club van 42 personeelsleden. Ja, er is best wel wat gebeurd in die tijd...”

Wow, wat een ontwikkeling. Hoe heb je dat ervaren?
Kees: “Het heeft deels ook te maken met de ontwikkeling van de Brabantse Wal als toeristische trekpleister. Daar hebben we met de hele regio en alle ondernemers hard aan gewerkt. Dit stukje Nederland is prachtig, maar tot een paar jaar geleden wist niemand ervan. Nu wel. Dat werpt zijn vruchten af. Er komen talloze fietsers en wandelaars naar de Brabantse Wal om de schitterende natuur en heuvels te ontdekken. Onze uitdaging ligt hem nu in het blijven ontwikkelen van dit gebied en die toeristen vast te houden, om ze terug te laten keren. Gelukkig ben ik niet te beroerd een uitdaging aan te gaan. Laatst vroeg een toekomstig bruidspaar of ze bij ons, naast het vieren van hun trouwfeest, ook daadwerkelijk mochten trouwen. Dat was nieuw voor me, en ik wist: dan moet ik iets regelen met tenten in de tuin. Eigenlijk kwam ik net een tent tekort, dus het was duimen voor mooi weer. Maar je krijgt wat je verdient, toch? Het werd een stralende dag. Fantastisch mooi. Eigenlijk denk ik dat mijn moeder, die zes jaar geleden overleed, hieraan heeft bijgedragen. Ik denk echt dat ze op mijn schouder meekijkt en apetrots is op wat wij hier voortzetten. Zij heeft dat goede weer vast voor me besteld. Bedankt, mam.”

Heb je nog ambities voor de toekomst, of is het goed zo het nu is?
Kees: “Ik ben altijd bezig met dingen nog beter maken dan ze zijn. Eigenlijk leef ik in mijn hoofd altijd al vijf maanden vooruit. De afgelopen twee jaar hebben we best flink geïnvesteerd in de zaak. Een extra terras, de binnenkant opfrissen, extra parking etc. Aan het einde van dit jaar zitten de grote investeringen er eindelijk op. Daarna is het tijd om het wat rustiger aan te doen voor ons. Even genieten van wat we hebben. Want dat moeten we vooral niet vergeten: tevreden zijn in het leven. Genieten. Als ik niet meer leuk vind wat ik doe, stop ik de volgende dag. Dat vind ik zo belangrijk. Gelukkig is wat ik nu doe vooralsnog overwegend fantastisch voor me. Op naar nog vele jaren!”